'Het geheim van de spiegel' | Hamme |
Van 27/09/09 tot en met 25/10/09 (weekends van 14u tot 18u)
| Wat?
| Tentoonstelling van schilderijen en tekeningen. Download Meer informatie (PDF) |
| Waar? |
In het 'idplusart kunstcenter' te Hamme. |
| Wanneer? |
Van 27/09/09 tot en met 25/10/09 (weekends van 14u tot 18u) |
Inleidende tekst door Freddy Huylenbroeck:
Het geheim van de spiegel: verwijlen bij het oeuvre van Patrik Rogiers
Het IK, zei de gerenommeerde Duitse expressionist Max Beckmann, is het grootste geheim van de wereld.
Hoe zien we onszelf in de spiegel, through the looking glass (zoals de Engelsen zo plastisch uitdrukken)?
De toeschouwer vraagt zich af : dat spiegelbeeld, ben ik dat?
Dit is het geheim van de spiegel en meteen de hamvraag die voortdurend blijft rondspoken in de gedachtewereld van de huidige exposant Patrik Rogiers:
is dit de mens Rogiers die de spiegel reflecteert, of is het universeler iedereen? Iemand, niemand en honderdduizend,
zoals de Italiaanse schrijver en Nobelprijswinnaar voor Literatuur Luigi Pirandello treffend verwoordt in zijn gelijknamige roman.
De gedachte dat de anderen in mij iemand zagen die niet degene was die ik zelf kende, iemand die zij konden kennen, deze gedachte liet me niet meer met rust.
Met deze woorden laat de auteur zijn romanfiguur Vitangelo Moscarda tot het ontstellend besef komen dat hij niet één iemand is, maar meerdere,
misschien wel honderdduizend verschillende iemanden.
De eigen aanblik in de spiegel: weinig kunstenaars kunnen aan de verleiding weerstaan zichzelf te vereeuwigen.
In de kunstgeschiedenis neemt het zelfportret dan ook een geheel aparte plaats in en staat het vaak geboekt als de filosofie van de schilderkunst.
Kinderen zijn – volgens mijn bescheiden mening althans – altijd prachtige portretschilders.
Zo tekent ons bijna vierjarige Delphine met twee cirkels voor hoofd en lichaam en vier stokstreepjes voor armen en benen haar moeke en mij naar de natuur,
en geeft daarbij volop uiting aan haar genegenheid en scheppingsvreugde. Zeg mij, welke betere combinatie zou een kunstwerk kunnen inhouden?
Dit is echter tijdelijk, want met het bewustzijn van de latere jaren komen andere (van buitenaf meer gedirigeerde) streefdoelen op het voorplan.
Met de rijpheid van ervaring, talent en psychologisch inzicht wordt dan de ultieme stap gezet in het vastleggen van een karakter, een temperament, een personaliteit.
Een weergave die meer is dan enkel een natuurgetrouwe afbeelding. Een kunst die enkel kopie wil zijn van de werkelijkheid kan deze, ten eerste nooit evenaren,
maar ten tweede doet zij haar eigen wezen te kort. Niet alleen schijnt ze de eenvoudige waarheid niet te beseffen dat elke kijk op de realiteit subjectief is,
maar brengt ze evenmin iets positiefs aan, namelijk een bewuste uitgesproken visie op die werkelijkheid.
En op deze visie komt het nu precies aan. Die zienswijze heeft haar wortels tot in de geheimste roerselen van de kunstenaar.
Ook wat het portret en zeer zeker wat het zelfportret betreft, liggen deze roerselen grotendeels in het gebied van het psychische, van het individuele,
in het gebied van karakterinzicht, van gevoelens, emoties, passies, ethiek, ironie en zelfspot, liefde en haat, hoop en wanhoop, geloof en vroomheid, conflict of vrede,
harmonie en onevenwicht, schoonheid of lelijkheid.
Zoals je merkt, een eindeloos gamma van mogelijkheden en deze opsomming is zeker niet limitatief. Het gelaat als spiegel van de innerlijkheid,
als reflectie van de ziel (zoals men zo dikwijls poëtisch verwijlt). De perfectie die hier kan worden bereikt – dit wil zeggen:
momenten van evenwicht in een innerlijke beweging – ligt artistiek een graad hoger dan de perfectie van een trouwe nabootsing.
Trouwens in 1678 beval Samuel van Hoogstraten in zijn boek Inleyding tot de Hooge Schoole der Schilderkonst al aan om door middel van het eigen gelaat verschillende hartstochten uit te drukken,
voornamelijk voor de spiegel om tegelijk vertooner en aenschouwer te zijn. Er is waarschijnlijk geen tijdgenoot van Van Hoogstraten die zichzelf zó vaak heeft afgebeeld als zijn leraar Rembrandt.
Maar vooral in de 19de en de 20ste eeuw hebben kunstenaars hun vragen, dromen en angsten op het eigen gelaat geprojecteerd.
En zelfs dan nog, op het moment waarop de kunstenaar in de spiegel het dichtst bij zichzelf is,
kijkt hij soms met een kunsthistorische blik. Zo zijn bijvoorbeeld de Selbstbemalungen van Arnulf Rainer geworteld in de grimassen van de bronzen van Franz Xavier Messerschmidt,
portretteerde James Ensor zich naar het zelfbeeld van de lijdende Christus, zag Otto Dix zichzelf als de Heilige Lucas, kijkt Goya in de spiegel en ziet Rembrandt,
ziet Charley Toorop Vincent van Gogh, groeit bij Käthe Kollwitz dezelfde angst als bij Edward Munch, is Hélène Schjerfbeck even begeesterd door het Japonisme als Gauguin en wordt zelfs de hele kunstgeschiedenis weerspiegeld in de zelfportretten van Philip Akkerman.
Ook Patrik Rogiers sluit naadloos aan in dit rijtje van kunstenaars die geen genoeg kunnen krijgen van hun eigen aanblik en vormt de visuele exploratie van een gezicht of een gestalte in een bepaalde houding of sfeer de uitgangspositie bij uitstek van zijn schilder- en tekenkunst.
Zijn portretten en zelfportretten zijn een archief van zijn gelaatstrekken, een identiteitsbewijs, een intiem dagboek zonder slot, subjectief en expressief,
een daad van zelfontleding, een striptease-ontsluiering die vaak naar pijnlijke geheimen peilt.
Met het seriële aspect van zijn oeuvre refereert deze kunstenaar op een eigen wijze aan thema’s als tijdloosheid, verstilling en het eeuwige existentiële vraagstuk van het mens-zijn.
Daarom zijn Rogiers portretten niet alleen een spiegel die hij zichzelf voorhoudt, visitekaartjes die niet alleen zijn naam prijsgeven:
met zichzelf als model schildert hij één van de velen, één van die honderdduizend verschillende iemanden, om terug te keren tot de woorden van Pirandello.
Zijn In eigen ogen staren ligt ingebed in de intimiteit van het ken-je-zelf, of althans in het uitzoeken ervan.
Trouwens ken-je-zelf is de leuze op de vermaarde Apollotempel in Delphi en daar is in het verleden meer dan één orakel uitgesproken,
zodat deze ken-je-zelf-ervaring voor ieder van ons beslist eigen klemtonen en aspecten zal leggen.
Freddy Huylenbroeck
27 september 2009
Enkele foto's van de tentoonstelling: